Canelé met kaneelsiroop, aalbessencompote en rodewijngelei

8
Gemiddeld

Bereidingswijze

2 uur totale tijd

Canelé
Verwarm de oven voor op 180°C. Verwarm de melk met de boter en het zout. Halveer het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Roer het merg bij de melk. Meng de suiker met de bloem in een kom goed door elkaar. Voeg een beetje van de warme melk toe en roer door tot een papje, voeg dan de eidooiers toe en roer verder door. Giet nu al roerend het papje bij de melk. Roer samen met de rum goed door. Giet de vormpjes driekwart vol. Bak de canelé’s in circa 15 tot 20 minuten gaar. 

Kaneelsiroop
Breng water met de suiker en glucose aan de kook. Breek de kaneelstokjes open en voeg toe aan de siroop. Laat circa 10 minuten trekken en giet de siroop door een zeef. Kook de siroop tot 145°C, haal van het vuur en laat afkoelen.

 

Aalbessencompote
Ris de aalbesjes van de steel en breng de besjes met de suiker aan de kook.

Rodewijngelei
Week de gelatine in koud water. Meng in een pan suiker en een vijfde deel van de wijn en verwarm. Los de uitgeknepen gelatine erin op. Roer door en voeg de rest van de rodewijn toe. Laat de wijn geleren, mix dan tot spuitbare gelei Schep de gelei in een spuitzak.

Opmaak
Wrijf de ring in met de olie. Ze de ring in het midden van het bord. Spuit een laag gelei rond de steker. Schep in het midden de kaneelsiroop. Verdeel 3 canelé’s per bord. Garneer met blaadjes munt.

Ingredienten

10
Personen

Voor de cannelé

  • 375 ml volle melk
  • 35 g boter
  • mespuntje zout
  • 1 vanillestokje
  • 190 g suiker
  • 110 g bloem
  • 50 g eidooier
  • 40 g rum

Voor de kaneelsiroop

  • 75 ml water
  • 250 g suiker
  • 50 g glucosestroop
  • 3 kaneelstokjes

Voor de aalbessencompote

  • 200 g aalbessen
  • 50 g suiker

Voor de rodewijngelei

  • 12 g bladgelatine
  • 50 g suiker
  • 500 ml Bordeauwijn

Opmaak

  • half blosje munt

Extra nodig

  • canelévormen
  • boter om te vetten
  • steker van 12 cm ø
  • olie om in te vetten
Geef je waardering
8