Dit onderzocht de Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan dat de Nederlandse overheid adviseert over gezondheid en zorg. Ongeveer eens in de tien jaar brengt de raad de Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025 uit. In deze richtlijnen wordt op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten gekeken welke voeding bijdraagt aan een goede gezondheid en het verkleinen van het risico op chronische ziekten.
De nieuwe richtlijnen zorgen voor duidelijke adviezen voor een verschuiving naar een meer plantaardig dieet. Wetenschappers vergelijken daarbij verschillende eiwitbronnen, zoals vlees, vis, zuivel, peulvruchten en noten. Ze kijken niet alleen naar losse producten, maar naar het hele eetpatroon. Uit die onderzoeken blijkt dat mensen die meer plantaardige eiwitten eten en minder rood en bewerkt vlees, een kleinere kans hebben op chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Daarom zijn de adviezen voor plantaardige eiwitten verhoogd en de adviezen rondom rood en bewerkt vlees aangescherpt.
De nieuwe voedingsadviezen
De Gezondheidsraad adviseert om vaker te kiezen voor plantaardige eiwitbronnen. Zo wordt aangeraden om wekelijks ongeveer 250 gram peulvruchten te eten, zoals linzen, kikkererwten of bonen, en dagelijks een klein handje ongezouten noten. Zuivel past nog steeds binnen een gezond voedingspatroon, zolang er wordt gevarieerd tussen verschillende soorten. Ook blijft het advies om één keer per week vis te eten, bij voorkeur een vette vissoort. Voor vlees geldt juist een beperking volgens het rapport: eet niet meer dan 200 gram rood vlees per week en kies zo min mogelijk voor bewerkt vlees, zoals worst en vleeswaren. Vlees verdwijnt daarmee niet volledig van het menu, maar krijgt wel een minder grote rol binnen het eetpatroon.
Hoeveel vlees eten Nederlanders nu eigenlijk?
Gemiddeld eten Nederlandse volwassenen vijf tot zes dagen per week vlees. Vaak gaat het om rood vlees, zoals rund- en varkensvlees, en om bewerkt vlees. Denk aan rookworst, hamburgers, spek of plakjes vleeswaren op brood.
Naar schatting is de helft van al het geconsumeerde vlees bewerkt. Volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad is dat dus te veel. De aanbevolen 200 gram rood vlees per week komt neer op bijvoorbeeld twee kleine porties, zoals een hamburger van 100 gram of twee kleine stukjes rund- of varkensvlees bij het avondeten. Dat betekent dat mensen, om aan deze richtlijn te voldoen, niet elke dag vlees zouden moeten eten en vaker kiezen voor peulvruchten.
Voor wit vlees, zoals kip en kalkoen, geldt volgens het rapport overigens geen specifieke richtlijn. Deze producten kunnen passen binnen een gezond en duurzaam voedingspatroon. Het is onduidelijk hoeveel daarvan precies passend is. Dit hangt af van de rest van het voedingspatroon.
Waarom is te veel vlees niet goed voor je?
Bij bewerkt vlees zit het probleem vooral in het hoge zoutgehalte. Te veel zout kan de bloeddruk verhogen, wat weer het risico op hart- en vaatziekten vergroot. Daarnaast bevatten rood en bewerkt vlees vaak veel verzadigd vet. Dit vet kan het LDL-cholesterol verhogen. LDL wordt ook wel het ‘slechte’ cholesterol genoemd, omdat het kan zorgen voor vernauwing van de bloedvaten. Dat vergroot de kans op hart- en vaatziekten.
Gelukkig bestaat er ook ‘goed’ cholesterol, dit is HDL-cholesterol. HDL helpt juist om overtollig cholesterol uit het bloed af te voeren. Dit is met name te vinden in voedingsmiddelen met veel onverzadigde vetten en vezels, zoals avocado, noten en vette vis. Een voedingspatroon met veel plantaardige producten, zoals peulvruchten, noten en volkoren granen, helpt om die balans gezond te houden.
Waarom zijn peulvruchten goed voor je?
In de richtlijnen adviseert de Gezondheidsraad om vaker te kiezen voor plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten, en minder rood en bewerkt vlees te eten. Peulvruchten zijn daarom een goed voorbeeld van een gezond alternatief voor vlees. Hieronder vallen onder andere linzen, kikkererwten, bruine bonen, witte bonen en spliterwten.
Toch eten we ze in Nederland nauwelijks. Gemiddeld eten volwassenen maar eens per twee weken peulvruchten. Omgerekend komt dat neer op slechts 8 gram per dag, terwijl het advies veel hoger ligt.
De Gezondheidsraad adviseert dus om wekelijks 250 gram peulvruchten te eten. Peulvruchten zijn rijk aan plantaardige eiwitten, vezels, vitamines en mineralen en bevatten weinig verzadigd vet. De vezels zorgen ervoor dat je langer een vol gevoel hebt en helpen de bloedsuikerspiegel stabiel te houden. Denk bijvoorbeeld aan een linzencurry of chili sin carne. Daarmee kun je vlees vervangen zonder dat je iets tekortkomt.
Wat moet ik deze week eten?
Vlees hoeft niet elke dag het middelpunt van de maaltijd te zijn. Door vaker te kiezen voor peulvruchten, noten, groenten en volkorenproducten wordt je eetpatroon vanzelf meer plantaardig. De Gezondheidsraad raadt aan om vooral te variëren tussen productgroepen die in de plaats van rood en bewerkt vlees worden gegeten. Denk aan afwisselend peulvruchten, volkoren granen en noten, en af en toe eieren of wit vlees. Ook binnen deze groepen is variatie belangrijk, bijvoorbeeld door verschillende soorten peulvruchten te gebruiken. Op deze manier krijg je een bredere mix aan voedingsstoffen binnen en houd je je voedingspatroon gezond en duurzaam.