Ontdek hot & cold spots

Iedere oven is anders, daarom moeten gerechten die je namaakt van recepten regelmatig iets langer of juist korter in jouw oven om perfect te garen. Leer je oven kennen en test zelf uit hoe heet je oven precies is. Een oven kan hetere en minder hete plekjes hebben. Dit test je door een bakplaat te vullen met witte boterhammen. Bak ze in de oven tot ze goudbruin kleuren. De ‘hot & cold spots’ herken je aan de stukjes brood die donkerder of lichter gekleurd zijn.

Wel of niet voorverwarmen

Bij veel recepten staat dat je de oven moet voorverwarmen. Het is niet altijd nodig om de oven voor te verwarmen, als vuistregel geldt dat gerechten die door de warmte rijzen wel in een voorverwarmde oven gebakken of gebraden moeten worden. Denk aan soufflés, taarten, gebak, pizza’s, broden en grote stukken vlees. Om energiezuinig te bakken, kun je bijvoorbeeld afbakbroodjes, lasagnes en ovenschotels direct in een niet-voorverwarmde oven bakken. Zodra de oven de juiste temperatuur heeft bereikt, zijn je producten of gerechten vaak al gaar. Voor een knapperiger resultaat kun je de oven uitschakelen en het product nog circa 5 minuten laten doorgaren in de oven.

Hete lucht, conventioneel en grill

Veel ovens hebben meerdere standen, wat is het verschil tussen hete lucht, conventioneel (onder- en bovenwarmte) en de grill?

Hete lucht

De hete luchtstand is vooral handig als je meerdere bakplaten tegelijk wil verwarmen of een gerecht in het midden van de oven wil verwarmen. De warmteplaat aan de achterkant wordt heet en een ventilator verspreidt de warmte door heel de oven. De oven is op iedere plek even warm, dus je kunt hier veel gerechten in bereiden, zoals broodjes, koekjes, frites, ovenschotels, taarten en quiches.

Tip: je kunt gerechten zoals puddings, moelleux au chocolat en crème brûlée ook au bain-marie bereiden in de oven. Zet de schaaltjes met pudding (of moelleux au chocolat of crème brûlée) in een grotere ovenschaal en vul de ovenschaal voor de helft met kokend water. Door een bak met water in de oven onder gerechten te zetten, creëer je stoom en dit zorgt er ook voor dat bijvoorbeeld cheesecakes, gevogelte of vlees mals en sappig blijven.

Klik op de foto's voor de bijbehorende recepten. 

Conventioneel

De conventionele stand genereert boven- en onderwarmte. De elementen aan de bovenkant en onderkant van de oven worden heet en de warmte verspreidt zich langzaam en gelijkmatig door de ruimte. Hoe dichter de platen bij het boven- of onderwarmte-element staan, hoe sneller ze verwarmen. Vooral bij het langzaam garen van vlees, maar ook het bakken van broodjes, is deze stand een aanrader.

Grill

De grill is een spiraalvormig warmte-element dat bovenin de oven is geplaatst. Het wordt zeer snel heet en biedt hierdoor een andere manier van bereiden aan dan hete lucht en conventionele stand. Grillen is vooral bedoeld om bijvoorbeeld kip, ovenschotels en vis een knapperig korstje te geven. Heeft je oven een draaispit? Dan kun je de grillstand met draaispit gebruiken om grote stukken vlees te roosteren. Door het draaien wordt het vlees gelijkmatig gaar.

Hoe check je of een gerecht gaar is?

Er zijn verschillende manieren om te checken of een gerecht gaar is, afhankelijk van het soort gerecht. Bij vlees, vis, wild en gevogelte hanteer je verschillende kerntemperaturen voor rare, medium rare en doorbakken. Om de gaarheid te checken van taarten, gebak en broden kun je het beste een satéprikker (of een vork) gebruiken. Steek de satéprikker in het midden van het gerecht en als de prikker er droog uitkomt, is het gaar. Bij koekjes is het vaak net even anders. Sommige koekjes, zoals chocolate chip cookies, moeten juist zacht (en nog nat) in het midden zijn, want die harden uit naarmate ze afkoelen. Bij lasagnes en ovenschotels kun je ook het beste even prikken met een vork, hoewel de vulling hier nog nat kan zijn. Als de ingrediënten warm zijn, de kaas mooi gesmolten is en de eventuele dierlijke producten gaar, kun je de ovenschotel serveren. Hetzelfde geldt voor pizza’s.