Een geheime synagoge

Marjolein vertelt dat de bolus Joodse wortels heeft. Rond 1600 werden Joden uit Spanje en Portugal verdreven onder het streng katholieke regime. Veel van hen vluchtten naar andere landen, waaronder Nederland. Ook hier kon de Joodse gemeenschap niet openlijk uitkomen voor hun geloof. Daarom bouwden ze ‘schuilkerken’. Midden in Middelburg vind je zo’n schuilkerk in een achtertuin.

Joodse schuilkerk

Bolo

De Sefardische Joden namen verschillende culinaire tradities mee naar Nederland. Waaronder het zoete broodje. Zij noemden het ‘bolo’, wat ‘fijn broodje’ betekent. Binnen de Joodse keuken werd dit broodje gezien als feestgebak. De Joodse variant werd gemaakt met sukade of rozijnen.

Joodse schuilkerk

De Zeeuwse variant

De bolus zoals jij ‘m kent wordt gemaakt met bruine basterdsuiker en kaneel. Deze ontstond in Zeeland. Hoe dat precies in z’n werk gaat? Het broodje wordt gemaakt van gistdeeg. Dat wordt verdeeld in strengen en door bruine basterdsuiker gehaald. Vervolgens wordt het gesuikerde deeg in een spiraalvorm gerold en gebakken. Tijdens het bakken karamelliseert de suiker. Hierdoor krijgt de bolus die kenmerkende luchtige binnenkant en kleverige buitenkant.

Bolus maken

Regionale verschillen

Hoewel de basis overal hetzelfde is, geven bakkers in verschillende delen van Zeeland er vaak hun eigen draai. Sommige bakkers variëren bijvoorbeeld met donkerdere suiker of vullen de bolus met banketbakkersroom. Ook de benaming kan verschillen per regio. In de Bevelanden wordt gesproken van ‘Jikkemienen’. In Zeeuws-Vlaanderen gebruiken ze, met dank aan de vorm, de term ‘drollen’. Zo blijkt maar dat er achter dit simpele broodje veel meer schuilgaat dan je op het eerste gezicht zou denken.

Bolus met banketbakkersroom