Dit artikel is eerder verschenen op AD Koken & Eten. Meer culinair nieuws? Kijk dan hier.

Groentegoeroe Yotam Ottolenghi woonde ooit twee jaar in Amsterdam en raakte daar verslingerd aan kroketten. "Net als veel mensen ging ik als ik te veel had gedronken naar de FEBO", vertelde de kok en populaire kookboekenschrijver aan Eva Jinek. "Dan gooide ik twee gulden in de muur voor een garnalenkroketje."

Aan de manier waarop hij garnalenkroketje uitsprak, was goed te horen dat hij dit woord in het Nederlands vaak had gebruikt en gehoord.

Lees ook: Zo maak je zelf heerlijk garnaalkroketten >

De FEBO is overigens niet de enige snackleverancier die zijn honger naar kroketten lenigt. "Ik ga nu naar Holtkamp. Dan neem ik een zakje mee naar huis en bewaar die in de diepvries. En dan frituur ik ze als ik er zin in heb." Overigens heeft Ottolenghi nooit het doel gehad om zijn wereldwijde fanbase van het vlees af te helpen. "Ik heb mensen nooit vegetariër willen maken. Ik wilde alleen laten zien hoe heerlijk groenten zijn. Mijn eerste prioriteit is altijd smaak."

Traktatie

Ottolenghi

Zelf eet hij wel vlees. Niet elke dag biefstuk. "Dat is slecht. Je hoeft vlees niet helemaal te schrappen." Het kan ook een smaakmaker zijn, vindt Ottolenghi. "Het moet een traktatie zijn, niet iets voor elke dag."

Hoe het komt dat zijn boeken zo aanslaan? Geen idee. "Het is een mysterie." Hij vindt het niet vanzelfsprekend en is blij dat bij veel Nederlandse huishoudens wel een boek van hem in de kast staat. "Dat is een gek idee."