De paprika wordt over de hele wereld gegeten en is heerlijk rauw, in salades, gebakken, gegrild of gestoofd. Máár ondanks de populariteit wordt de groente vaak verkeerd uitgesproken. Voor eens en voor altijd: paprika spreek je uit als 'pa-prie-ka', niet als 'pap-prie-ka'. Nu je weet hoe je de groente correct uitspreekt, leggen we je uit wát precies de verschillen zijn tussen de kleuren.

Familie van de peper

In de supermarkt zijn vaak de vier verschillende kleuren verpakt als stoplicht: rood, geel, oranje en groen. Deze vier paprika's behoren tot dezelfde soort en zijn afkomstig van de plant ‘Capsicum annuum’. De groente is familie van de chilipeper en cayennepeper en kan net als de pepers, een beetje kruidig en bitter smaken. Al wordt deze smaak - hoe rijper de paprika wordt - steeds zoeter. Maar naast de smaak van de paprika verandert ook de kleur tijdens het rijpen.

Van groen naar rood

Tijdens het rijpingsproces verandert de paprika langzaam van kleur. Dit gebeurt van groen naar rood, met daartussenin geel en oranje. De rode paprika heeft het langst gerijpt en is daardoor het zoetst van smaak. De groene paprika heeft daarentegen het kortst gerijpt en is daarom bitter. 

Voedingssoffen

Naast kleur en smaak, verschillen de paprika’s ook qua voedingsstoffen. Zo bevatten de vier kleuren paprika's ieder andere vitamines en voedingsstoffen. Dit heeft te maken met de duur van het rijpingsproces. Een groene paprika is het minst rijp en dus bevat deze ook het minste aantal voedingsstoffen. De rode variant wordt als laatste geplukt en bevat twee keer zo veel vitamine C en ruim drie keer zo veel vitamine E dan een groene paprika. Daarentegen bevat de groene paprika weer meer vitamine K en vezels. De oranje en gele paprika schommelen qua vitamines tussen de groene en rode in.