Ken je kentang belado, die Indonesische pikante frietjes van de toko? Tel daar onze liefde voor rösti bij op en voilà: indo-rösti. Of krokante kruidige aardappelkoekjes, met al die toevoegingen mag het natuurlijk geen rösti meer heten, maar soit. Serveer als voorgerecht of als lunch.

Ingredienten

4
Personen

Ingrediënten

  • 750 g vastkokende aardappels
  • 2-3 eetlepel maïzena
  • 1 middelgrote ui
  • 1 teen knoflook
  • 1 eetlepel Javaanse suiker
  • 1/2 theelepel terasi

  • 2 eetlepel sambal oelek
  • 1 eetlepel ketjap manis
  • 6 limoenblaadjes
  • 4 eetlepels zonnebloemolie

Verder

  • natuurazijn
  • 4 verse eieren
  • 1 bosuitjes, schoongemaakt en in ringetjes gesneden
  • tuinkers
  • 1 theelepel fleur de sel
  • 3/4 theelepel komijnzaad

Bereidingswijze

Totale tijd: 50 minuten

Voor een Über-krokante rösti: het lekvocht van de aardappels bestaat uit zetmeel en vocht. Gooi het vocht weg en meng het zetmeel weer door de rösti. Zo worden ze nog knapperiger.

Begin met de rösti. Schil de aardappels – aardappels met een dunne schil kun je ook zo verwerken, was ze dan eerst en droog ze goed. Als je een keukenmachine hebt, snijd dan met behulp van de raspschijf mooie sliertjes van de aardappels. Geen keukenmachine? Snijd met een mes in de lengte in dunne lucifers, raspen op een grove rasp kan ook. Doe de aardappelrasp in een vergiet en zet op een kom. Bestrooi met een flinke snuf zout en de maizena, hussel door elkaar en laat 10 minuten staan (niet te lang, anders worden de aardappels bruin). Er loopt nu veel vocht uit, zo worden de rösti’s straks knapperiger.

Stamp de ui tot een papje in de vijzel met de knoflook, de Javaanse suiker en de terasi. Meng in een kom met de sambal, de kecap en het limoenblad door elkaar. Breng eventueel nog op smaak met een snuf zout (sambal ulek is doorgaans al vrij zout).

Knijp het aardappelmengsel uit boven de zeef en meng het uimengsel erdoor.         Er komt nu weer vocht bij, dus knijp het mengsel nog even lichtjes uit voor het           de pan in gaat.

Verwarm de oven tot 180 °C.

Verhit 2 eetlepels zonnebloemolie in een grote pan met antiaanbaklaag. Voeg twee soeplepels aardappelmengsel toe en druk plat. Bak de rösti’s op laag vuur zo’n 5 minuten, draai ze om en herhaal. Maak zo de rasp op. Voeg tussendoor opnieuw olie toe aan de pan. Houd de rösti’s warm in de oven.

Breng intussen een pan water aan de kook en giet er een scheut natuurazijn in. Breek een ei in een klein zeefje en laat het overtollige eiwit eruit lopen. Houd het water tegen de kook aan en roer er een ‘kolkje’ in. Laat de eidooier in het water glijden. Pocheer de eidooier 3 minuten en haal hem met een schuimspaan uit de pan. Bewaar in een schaaltje lauwwarm water. Ga door tot alle eidooiers
gepocheerd zijn. Pocheerpro’s kunnen er meerdere tegelijk doen.

Leg op elke rösti een gepocheerde eidooier en bestrooi met bosui en tuinkers. Meng de fleur de sel met het komijnzaad en geef het kruidenzout erbij.

Geef je waardering

1
Rösti