De basis van koken

Kappertjes

Kappertjes zijn de ongeopende bloemknopjes van de kapperplant. Dit is een lage, brede struik met takken met stekels. De plant maakt prachtige witte bloemen die gevolgd worden door bessen met niervormige zaden. De kapperplant wordt gekweekt in landen met een mediterraan klimaat, zoals in Frankrijk, Spanje en Italië, maar ook in West-Azië. In het wild groeit de plant in rotsspleten en muren.


Kappertjes worden geplukt van mei t/m augustus. Ze kunnen niet vers of gedroogd worden gegeten, alleen bereid. Er zijn vier verschillende bereidingsmethoden: bewaren in zout, pekelwater, azijn of olie. Kappertjes hebben een donkere blauwgroene kleur en een frisse, peperige, pikante smaak en - afhankelijk van de oplossing waar ze in zitten - zout of zuur. Ze worden voornamelijk gebruikt in de keuken van Italië, maar ook wel in de Franse keuken.

Kappertjes dienen niet verward te worden met cornichon de câpres (letterlijke betekenis: augurken van kappertjes). Dit zijn de ingemaakte (onrijpe) vruchten van de kapper en zijn veel sterker van smaak.

Hieronder enkele recepten met kappertjes: