De basis van koken

Gelatine

Gelatine is een eiwit dat wordt verkregen door gedeeltelijke hydrolyse (afbraak) van collageen, een eiwit gewonnen uit bindweefsel. Dit bindweefsel komt van slachtafval, zoals huid, botten, pezen en kraakbeen. Gelatine kan uit alle dierlijke producten worden gewonnen, maar in de praktijk komt het grootste gedeelte uit huiden van varkens en botten van koeien. Gelatine lost op in warm water en vormt na afkoeling een gel. Na 18 uur rijpen is de maximale gelsterkte bereikt.
De bekendste voedingsproducten die gelatine bevatten zijn desserts (pudding), snoepjes en patisserie. Gelatine zit ook in de meeste soorten drop. Gelatine is verkrijgbaar in blad- en poedervorm in de kleuren rood en wit. Tegenwoordig wordt gelatine beschouwd als een ingrediënt, maar vroeger was het additief nummer E441.

Vegetariërs en veganisten gebruiken geen gelatine vanwege de dierlijke oorsprong. Omdat gelatine vaak wordt gebruikt als bindmiddel moeten ze dan ook veel producten vermijden. In gerechten gebruiken vegetariërs agaragar, een gelatineachtig product dat van zeewier wordt gemaakt. Sommige religieuze groeperingen gebruiken geen gelatine vanwege het productieproces of bepaalde dierlijke bestanddelen. In speciaalzaken is halal of kosjere gelatine verkrijgbaar.

Gelatine wordt niet alleen voor voedingsproducten gebruikt. Het hypoallergene karakter maakt het product zeer geschikt voor medische toepassingen, vitaminepillen (capsules) en cosmetische producten als badparels.
Bij de sport synchroonzwemmen wordt gelatine gebruikt als gel om het haar in het gareel te houden, omdat het in koud water stijf blijft en niet oplost.